Connect with us

De Radiorukker

Toekomst van de lokale omroep

Lokale Omroep

Toekomst van de lokale omroep

Nederland telde eind 2016 ongeveer 275 lokale omroepen. Dit aantal is gegroeid vanuit een experiment dat in 1974 werd gedaan. Toen mocht de omroep van Melick en Herkenbosch, tegenwoordig bekend als Roerdalen gaan uitzenden. Samen met o.a. Dronten en de Bijlmer mochten ze in drie jaar lang het bewijs leveren dat de vrije (piraten) radio levensvatbaar was als gelegaliseerde omroep per gemeente.

Succesvol experiment of legaliseren van piraten
Het succes van het experiment zorgde voor een exponentiële groei van lokale zenders in Nederland, maar groeide het aantal zenders in de werkelijkheid ook? Of werden de piraten eigenlijk gewoon simpelweg gedoogd? Iedere stad had namelijk wel één of meer piratenzendertjes. Denk in Amsterdam aan Radio Octaaf, Decibel, Unique. Rotterdam kende Radio Atlantis en Free Radio Rotterdam. Leiden kende Freewave. In Nijmegen luisterde mensen naar Keizerstad. De lijst is lang. Sommigen hadden een professionele groep radiomakers, maar deze stroomde in veel gevallen al snel door naar de grote zenders.

Goedbedoelde initiatieven
Voor veel lokale omroepen kenden we nog een aantal succesjaren, maar de piratenzenders met een lappendeken aan doelgroepen groeide ook enorm door als lokale omroep. Radiomakers die de wens voor het maken van een programmaatje op een lokale zender omturnde tot een zogenaamde wet. Een wet die zei dat het verplicht was om doelgroepenprogramma’s te maken om aan de zogenaamde ICE te voldoen en op die manier als president van dat eiland de komende 25 jaar een programma te gaan maken. Laten we vooral niet vergeten dat het concept en format van zo’n programma in deze periode nooit verandert. Een fictieve wet die in de loop der jaren voor waar werd aangenomen door de besturen van omroepen.

De echte wetgeving
Zowel de huidige mediawet, alsmede de mediawet van 1987 zegt niets over het maken van doelgroepenprogramma’s. Wel wordt gesproken over het bedienen van doelgroepen, maar dit kan op heel veel verschillende manieren. In de wet staat dat een omroep een voorgeschreven percentage programma’s van informatieve, culturele en educatieve aard op het eigen verzorgingsgebied moet richten (ICE-norm). Niet meer en niet minder. Hoe kan het dan dat als je over de FM band scrollt dat je veelal onmogelijke stations hoort met een uurtje kerk, een uurtje blaasmuziek en laten we het uurtje hardrock midden op de dag niet vergeten.

Kosten representativiteit van de omroep
Het systeem in Nederland is eigenlijk best bijzonder. De gemeenteraad wordt gevraagd of de programmaraad die gevuld wordt met lokale vrijwilligers die verbonden zijn aan maatschappij organisaties representatief is. Dat is alles. Een lijstje van mensen uit de lokale samenleving op een lijstje. Dit zegt niets over de kwaliteit van de omroep. Maar op basis hiervan wordt wel een omroep getoetst en daarbij hoort dan ook een gemeentelijke vergoeding van €1,14 of €1,30 per huishouden. In Nederland hebben we grofweg 7.800.00 huishoudens. Dat kost dan minimaal €10.140.000. Gemeenten mogen namelijk ook meer geven dan het minimumbedrag.

Prestaties toetsen op ethervervuiling
De lokale omroep kan al jaren doen wat hij wil. Meer dan de helft van de omroepen bestaat in redelijk wat gevallen uit goedbedoelde hobbyprojecten van ruziënde vrijwilligers die hun eilandje bewaken en uitzenden voor vriend en buur en met een beetje geluk een vlieg aan de muur. En nu niet gelijk met brandende fakkels voor de redactie komen staan, want als jij hier niet toe behoort hoef je je niet aangesproken te voelen. 🙂 Maar voor diegene waar het wel voor geldt… Daar gaat iets aan moeten veranderen!

Streekomroepen
Als het aan de brancheorganisatie van de omroepen, OLON/NLPO ligt moeten er namelijk in totaal 77 streekomroepen met een zogenoemd Lokaal Toereikend Media Aanbod (LTMA) komen. Lokale omroepen moeten zich gaan verenigen met omroepen in de regio om zo tot een natuurlijke habitat te komen van de nieuwe omroep. Denk daarbij dan wel even terug aan de goedbedoelde ruziënde vrijwilligers op een eiland die dat grondgebied moeten gaan afstaan of delen met medebewoners omdat er minder zendtijd beschikbaar komt als omroepen gaan fuseren. Een onmogelijke missie. Dit heeft de NLPO samen met OCW, VNG en het CvdM niet doen terugdeinzen om de plannen van het LTMA in een convenant te zetten. De NLPO heeft de streken ondertussen ingedeeld. Eerst een voorstel, toen een inspraakperiode en een changeboard commissie die de verwerpingen bestudeerde. Nu is er een plan, een hoop nerveuze omroepen en een mediawet die de term streekomroep niet kent en dus voorlopig nog wassen neus is.

En hoe nu verder
Het leuke van het verhaal is dat er na de OLON een nieuwe stichting is opgericht die we de NLPO noemen. Het uiteindelijke doel van deze stichting is om een professionele, levensvatbare en maatschappelijk relevante lokale omroep te creëren. Een orgaan waar o.a. met contributies veel geld ingepompt wordt zonder dat er enige wettelijke draagkracht of controle is op de realisatie van die LTMA. Vooropgesteld dat de bedoelingen absoluut goed zijn, maar met de huidige lokale omroep mentaliteit in Nederland en het ontbreken aan professionals bij de omroepen zal het slagingspercentage van deze plannen niet heel groot zijn.

De toekomst
Waarschijnlijk nog vele jaren een vervuilde ether in het land, met gelukkig ook de nodige uitzonderingen daargelaten. Voor veel omroepen een geruststellende gedachte, want als de term streekomroep in de mediawet komt te staan gekoppeld aan de LTMA, dan valt 50 tot 75 procent van de omroepen gegarandeerd door de mand omdat ze dat niet waar kunnen maken.

R.R.

Continue Reading
You may also like...
Click to comment

Leave a Reply

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

More in Lokale Omroep

To Top